Impact omzetting van vijfde Antiwitwasrichtlijn op economische beroepen

Na de omzetting van de vijfde Antiwitwasrichtlijn – die in principe uiterlijk op 10 januari 2020 moest zijn gebeurd – worden een aantal fouten rechtgezet en wijzigingen aangebracht aan de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten.
Welke impact zal deze vijfde Antiwitwasrichtlijn hebben op de economische beroepen? U ontdekt het hieronder.

Stand van zaken over de omzetting in België

Op 7 februari 2020 keurde de ministerraad een voorontwerp van wet houdende diverse bepalingen inzake voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten goed. Het voorontwerp werd ter advies voorgelegd aan de Europese Centrale Bank en de Gegevensbeschermingsautoriteit. Vervolgens gaat het naar Raad van State.
Dit voorontwerp van wet zet de Europese richtlijn (UE) 2018/843, die het Europees Parlement op 30 maart 2018 heeft goedgekeurd – de zogenaamde vijfde Antiwitwasrichtlijn – gedeeltelijk om in Belgisch recht. Bepaalde bepalingen uit diezelfde richtlijn werden in het verleden immers al omgezet door het koninklijk besluit van 30 juli 2018 betreffende de werkingsmodaliteiten van het UBO-register.

Doel van de vijfde Antiwitwasrichtlijn

Het doel dat door de vijfde Antiwitwasrichtlijn werden nagestreefd, hielden verband met de golf van terroriste aanslagen die Europa in 2016 teisterden en het Panamapaper-schandaal. De focus lag met andere woorden op de strijd tegen het terrorisme en op meer transparantie.

Wijzigingen met impact op de economische beroepen

De belangrijkste wijzigingen uit die vijfde Antiwitwasrichtlijn voor de economische beroepsbeoefenaars zijn:
  • De toevoeging van een nieuwe entiteit aan de lijst van onderworpen entiteiten, met name “personen die, als voornaamste bedrijfs- of beroepsactiviteit, rechtstreeks of via andere met hem gelieerde personen materiële hulp, bijstand of advies op fiscaal gebied verlenen”. Dat brengt met zich mee dat voortaan ook niet-erkende fiscale consultants of dienstverleners de bepalingen in de antiwitwaswet moeten naleven, net zoals de leden van het Instituut.
  • De oprichting van een lijst van exacte functies die als prominente publieke functie worden aangemerkt, met als doel toezicht te houden op deze politiek prominente personen.
  • De mogelijkheid om cliënten te identificeren en te verifiëren aan de hand van elektronische identificatiemiddelen.
  • Een harmonisering van de versterkte waakzaamheidsverplichtingen voor wat betreft de zakelijke relaties met landen die door de Europese Commissie als een hoog risico worden gekwalificeerd inzake witwassen van geld en financiering van terrorisme. De vijfde Antiwitwasrichtlijn definieert immers exact wat bedoeld wordt met ‘verscherpte cliëntenonderzoeksmaatregelen’ wat betreft de zakelijke relaties of transacties in verband met derde landen met een hoog risico, oftewel:
  • De verplichting om bijkomende informatie te verzamelen over de cliënt, de uiteindelijke begunstigde of de beoogde aard van de zakelijke relatie;
  • De verplichting om toestemming te verkrijgen van het hoger leidinggevend personeel om zakelijke relaties aan te gaan of voort te zetten.
  • De uitbreiding van de toegang tot het register van uiteindelijke begunstigde (UBO-register) en de uitgebreide rol van dit register. De vijfde Antiwitwasrichtlijn bepaalt namelijk dat de ‘belastingautoriteiten’ deel uitmaken van de ‘bevoegde autoriteiten die toegang hebben tot het centraal register’. Bovendien bepaalt de vijfde Antiwitwasrichtlijn dat de lidstaten kunnen verlangen dat de uiteindelijke begunstigden van de vennootschappen of andere juridische entiteiten aan deze entiteiten de nodige informatie verschaffen opdat deze laatste deze kunnen registreren in het UBO-register. Uiteindelijke begunstigden die niet meewerken kunnen boetes worden opgelegd.

      Tags

      • AML
      • Antiwitwassen van geld
      • antiblanchement