Centraal register van uiteindelijke begunstigden: stand van zaken

Teneinde een beeld te schetsen van het centraal register van uiteindelijke begunstigden in België en een stand van zaken te geven, moeten eerst enkele vragen beantwoord worden:
In welke context werd het centraal register opgericht? Wie wordt beschouwd als uiteindelijke begunstigde? Welke informatie bevat het register? Wie moet het register aanvullen? Wie krijgt toegang tot het register? Hoe hebben de andere lidstaten van de Europese Unie (bijvoorbeeld: Frankrijk) dit register ingevoerd?

Aan de hand van deze essentiële vragen gaan we na hoever België staat in de oprichting en de invoering van het centraal register van uiteindelijke begunstigden, ook wel het ‘UBO-register’ genaamd.

Omzetting antiwitwasrichtlijn

Elke lidstaat van de Europese Unie moest overeenkomstig de vierde antiwitwasrichtlijn 2015/849 in principe tegen ten laatste 26 juni 2017 een centraal register hebben opgericht, waarin de identiteit van de uiteindelijke begunstigden van vennootschappen en andere nationale juridische entiteiten worden opgenomen, aangezien:
  • de richtlijn de minimale voorwaarden heeft vastgelegd waaraan een UBO-register moet voldoen;
  • elke lidstaat van de Europese Unie vervolgens zelf de praktische uitvoeringsmodaliteiten van dat register kan bepalen.
Met de nieuwe wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten werd die antiwitwasrichtlijn – met enige vertraging – omgezet in Belgisch recht.
De nieuwe wet – die de vorige wet van 11 januari 1993 vervangt en op 16 oktober 2017 in werking is getreden – voert het centraal register van uiteindelijke begunstigden in.

De praktische uitvoeringsmodaliteiten van dat UBO-register moeten echter nog bij koninklijk besluit worden bepaald. Dat laatste is tot nu toe nog niet gepubliceerd.

Wie wordt beschouwd als ‘uiteindelijke begunstigde’?

Artikel 4, 27° van de antiwitwaswet van 18 september 2017 definieert in detail de uiteindelijke begunstigde van elk type juridische entiteit.

Vennootschappen
In het kort wordt onder de term ‘uiteindelijke begunstigde’ verstaan elke natuurlijke persoon die de uiteindelijke eigenaar is van of zeggenschap heeft over een juridische entiteit, doordat die persoon rechtstreeks of onrechtstreeks een toereikend percentage aandelen, stemrechten of deelname in kapitaal in die entiteit bezit.
  • Een belang van meer dan 25 % in aandelen of in kapitaal van een vennootschap geldt als een indicatie van rechtstreeks of onrechtstreeks (indien via een andere vennootschap) eigendom.
  • Indien geen natuurlijke persoon aan de definitie van uiteindelijke begunstigde voldoet of indien twijfel bestaat of de geïdentificeerde personen de uiteindelijke begunstigden zijn, dan zal de belangrijkste bestuurder geïdentificeerd worden.
Vzw’s, ivzw’s en stichtingen
  • Leden van de raad van bestuur;
  • Personen die gemachtigd zijn de vereniging te vertegenwoordigen;
  • Personen die belast zijn met het dagelijkse bestuur;
  • De stichters van een stichting;
  • De natuurlijke personen, of wanneer deze personen nog niet werden aangeduid, de categorie van natuurlijke personen in wier hoofdzakelijk belang de vereniging of stichting werd opgericht of werkzaam is;
  • Elke andere natuurlijke persoon die via andere middelen uiteindelijke zeggenschap heeft over de vereniging of stichting.
Fiducieën, trusts of gelijkaardige constructies
De oprichter, de fiduciebeheerder(s) of trustee(s), de protector, de begunstigden, of de categorie van personen in wier hoofdzakelijk belang de fiducie of de trust werd opgericht of werkzaam is, net als elke andere natuurlijke persoon die wegens het feit dat hij directe of indirecte eigenaar is of via andere middelen, uiteindelijke zeggenschap uitoefent over de fiducie of de trust.

Welke informatie/gegevens moet dit UBO-register bevatten?

Het gaat om onderstaande beginselen (die tevens vervat zijn in artikels 73 tot 75 van de wet van 18 september 2017):
  • De informatie over de uiteindelijke begunstigden wordt bewaard in een centraal register. Dat register wordt beheerd door de Algemene Administratie van de Thesaurie van de FOD Financiën.
  • Dit UBO-register heeft tot doel toereikende, accurate en actuele informatie ter beschikking te stellen over de uiteindelijke begunstigden van in België opgerichte vennootschappen, trusts, stichtingen en vzw’s, en van juridische entiteiten die vergelijkbaar zijn met fiducieën of trusts.
  • De dienst van de Administratie van de Thesaurie is belast met het inwinnen, bewaren, beheren, controleren van de kwaliteit van deze gegevens.
  • Uit artikel 30 van de vierde antiwitwasrichtlijn kan worden afgeleid dat het centraal UBO-register minimaal de naam, de geboortemaand en het geboortejaar, de nationaliteit en de woonstaat van de uiteindelijke begunstigde, alsmede tot de aard en omvang van het door de uiteindelijke begunstigde gehouden economische belang bevat.

Wie moet het UBO-register aanvullen?

De in België gevestigde vennootschappen en andere juridische entiteiten moeten de informatie over hun uiteindelijke begunstigde inwinnen en bewaren.

Wie krijgt toegang tot het UBO-register?

De vierde antiwitwasrichtlijn 2015/849 schrijft het volgende voor:
De lidstaten zorgen ervoor dat de informatie over de uiteindelijke begunstigde toegankelijk is voor (artikel 30 vierde antiwitwasrichtlijn):
  • De bevoegde autoriteiten van de lidstaten net als de financiële-inlichtingencellen (in België: de CFI), zonder enige beperking;
  • De beroepsbeoefenaars in het kader van het cliëntenonderzoek en hun waakzaamheidsplicht. Deze categorie valt onder ‘entiteiten onderworpen aan de richtlijn 2015/849’ en beoogt onder andere de externe accountants en/of belastingconsulenten. Deze personen worden dus gemachtigd het UBO-register te raadplegen, maar dan uitsluitend in het kader van een onderzoek met betrekking tot hun eigen cliënteel;
  • Alle personen of organisaties die een legitiem belang kunnen aantonen. Deze voornoemde personen of organisaties krijgen toegang tot de minimale informatie die is voorzien in de richtlijn (oftewel de naam, de geboortemaand en het geboortejaar, de nationaliteit en de woonstaat van de uiteindelijke begunstigde, alsmede tot de aard en omvang van het door de uiteindelijke begunstigde gehouden economische belang).
De lidstaten kunnen in uitzonderlijke gevallen (uitsluitend wanneer de vrijgegeven informatie manifest niet in verhouding staat met het legitieme belang van een natuurlijke persoon of rechtspersoon) voorzien in een uitzondering op de toegang tot het register voor de onderworpen entiteiten of personen die een legitiem belang kunnen aantonen.
De richtlijn voorziet bovendien dat de toegang tot de informatie over de uiteindelijke begunstigde verleend wordt in overeenstemming met de regels inzake de gegevensbescherming en kan gebeuren via verplichte onlineregistratie en betaling van een vergoeding. De vergoeding die voor de verkregen informatie wordt aangerekend, mag de daaraan verbonden administratiekosten niet overschrijden.

Hoever staat België?
Op dit moment weet men niet hoe het UBO-register in België in de praktijk zal worden vertaald. Het antwoord op onderstaande vragen blijft men voorlopig schuldig.
  • Wie krijgt toegang tot het register?
  • Op welke manier wordt de toegang geregeld?
  • Welke legitieme belangen kunnen zo’n toegang rechtvaardigen?
  • Voor welke doeleinden kan de informatie gebruikt worden?
Artikel 75 van de wet van 18 september 2017 stelt dat een koninklijk besluit zal worden genomen na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, de wijze waarop de informatie wordt verzameld, de inhoud van de verzamelde informatie, het beheer, de toegang, het gebruik van de gegevens, de modaliteiten voor de verificatie van de gegevens, en de werking van het UBO-register.

Tot nu toe bestaat zo’n koninklijk besluit er nog steeds niet.
Bij het goedkeuren van het voorontwerp van de antiwitwaswet werd voorzien dat de fiscale administratie slechts toegang zou hebben tot het UBO-register voor de doeleinden waartoe het register opgericht werd, met name voor de voorkoming van witwassen van geld en de strijd tegen de financiering van terrorisme.
Dat betekent dus dat de fiscale administratie geen toegang zou hebben tot het UBO-register in het kader van een loutere fiscale controle.
Volgens recent verschenen artikels in de pers zou de toegang tot het UBO-register voor de fiscale administratie verder reiken dan alleen de voorkoming van het witwassen van geld en de strijd tegen de financiering van terrorisme. In een ontwerp van programmawet zou volgens diezelfde kranten voorzien zijn dat de fiscale administratie dus toegang krijgt tot het UBO-register om een correcte heffing van de belasting te garanderen.
We stellen dus vast dat er sterk zal worden afgeweken van het allereerste uitgangspunt en de fiscale administratie haar toegang tot het UBO-register zal gebruiken voor andere doeleinden dan louter de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.
Volgens minister van Financiën Johan Van Overtveldt wil dat niet zeggen dat de fiscus vrij in het register zal kunnen rondneuzen. “Alleen hoge belastingambtenaren zullen het UBO-register kunnen raadplegen.”
Wij volgen de situatie dus op de voet. Wij kijken uit naar de publicatie van het koninklijk besluit.

Situatie in Frankrijk? Hoe werd het UBO-register daar ingevoerd?

Alle Europese lidstaten moeten het UBO-register invoeren. Wij gaan daarom eens na hoe Frankrijk deze verplichting omgezet werd in het Franse recht:
  • De vennootschappen moeten bij de Franse rechtbank van koophandel melden welke natuurlijke perso(o)n(en) uiteindelijke begunstigde(n) van de vennootschap zijn.
  • Termijn voor de melding:
  • Voor niet-beursgenoteerde vennootschappen die na 1 augustus 2017 ingeschreven zijn: de verklaring uiteindelijke begunstigde moet bij de inschrijving van de vennootschap neergelegd worden bij de griffier van de rechtbank van koophandel, of ten laatste binnen 15 dagen na aflevering van het inschrijvingsbewijs. Voor de inschrijving betaalt men een vastgelegd bedrag van 19,76 euro (excl. belasting) aan de griffier.
  • Voor niet-beursgenoteerde vennootschappen die voor 1 augustus 2017 ingeschreven zijn: de verklaring moet ten laatste voor 1 april 2018 neergelegd worden. Daarvoor betaalt men 39,52 euro (excl. belasting) aan de griffier.
  • Voor wijziging van uiteindelijke begunstigde: een nieuwe verklaring moet binnen 30 dagen na de feiten of akte, waardoor een informatiewijziging of –toevoeging dient te gebeuren, neergelegd worden bij de griffier van de rechtbank van koophandel. Daarvoor betaalt men € 34,58 (excl. belasting) aan de griffier.
  • Indien geen verklaring werd neergelegd, kunnen natuurlijke personen in theorie strafrechtelijk vervolgd worden (met vordering tot zes maanden gevangenisstraf en tot 7 500 euro boete). Bovendien kan een beroepsverbod worden opgelegd aan natuurlijke personen en kunnen ze ontzet worden uit hun burgerrechten en politieke rechten.
  • Ook rechtspersonen kunnen vervolgd en worden gestraft. Hen kan een boete van 37 500 euro worden opgelegd.
  • Het Franse UBO-register is niet openbaar raadpleegbaar, maar heel wat personen hebben ertoe toegang: onder andere de fiscale administratie, de juridische instanties, de wettelijke vertegenwoordiger van een entiteit, de bevoegde autoriteiten in het kader van hun opdracht, de entiteiten die onderworpen zijn aan de antiwitwaswet en iedereen die een legitiem belang heeft mits toelating van een rechter.

      Tags

      • Antiwitwas
      • Antiwitwasrichtlijn
      • Economische beroepen
      • UBO-register
      • centraal register